Wetswijziging inzake bemiddeling

Alle artikels over bemiddeling algemeen, die niet onder een specifieke groep vallen
Noël De Smet
Berichten: 4
Lid geworden op: 14 dec 2017 19:29

Wetswijziging inzake bemiddeling

Bericht door Noël De Smet » 25 mei 2018 18:40

Minister Koen Geens zet de wetswijziging inzake bemiddeling in de laatste rechte lijn
Wie alles in detail wil nalezen, kan het verslag en de tekst van de wetswijziging lezen op de website van de Kamer van Volksvertegenwoordigers:
http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/2919/54K2919006.pdf
http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/2919/54K2919007.pdf
Wat zijn de krachtlijnen van de hervorming inzake bemiddeling?
Definitie van “bemiddeling”
De bemiddeling is een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg tussen conflicterende partijen met de medewerking van een onafhankelijke, neutrale en onpartijdige derde die de communicatie vergemakkelijkt en poogt de partijen ertoe te brengen zelf een oplossing uit te werken.
Bescherming van het beroep en titel van erkend bemiddelaar
Niemand mag de titel van “erkend bemiddelaar” gebruiken, alleen of in combinatie met andere termen, zonder dat hij is opgenomen op de lijst van erkende bemiddelaars.
Meer macht voor de rechters om een bemiddeling te bevelen
Het wetsontwerp voorziet in de mogelijkheid voor de rechter om zelfs ambtshalve een bemiddeling te bevelen, maar enkel op de inleidingszitting of op de zitting waarop de zaak wordt verdaagd en na partijen eerst te hebben gehoord. Daartoe kan de rechter de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen. Op vraag van een van de partijen of indien de rechter dit nuttig acht, kan hij, zo hij vaststelt dat verzoening mogelijk is, op diezelfde inleidingszitting of op een zitting bepaald op een nabije datum, de zaak verdagen naar een vaste datum die een maand niet mag overschrijden, behoudens akkoord van de partijen, teneinde hen in de gelegenheid te stellen om na te gaan of hun geschil geheel of deels op minnelijke wijze kan worden opgelost en om daarover alle nuttige inlichtingen in te winnen.
Onderscheid “buitengerechtelijke” en “gerechtelijke” bemiddeling
De term “vrijwillige bemiddeling” wordt vervangen door de term “buitengerechtelijke bemiddeling” om beter het onderscheid te maken met de gerechtelijke bemiddeling die tijdens een geding wordt bevolen.
Verruiming toepassingsgebied en de termijn voor gerechtelijke bemiddeling
Het toepassingsgebied van bemiddeling wordt verruimd naar geschillen met publiekrechtelijke personen.

De beslissing die de partijen beveelt om het geschil te trachten op te lossen door een bemiddeling, vermeldt de naam en de hoedanigheid van de erkende bemiddelaar of erkende bemiddelaars, legt de duur vast van hun opdracht, zonder dat die de termijn van zes maanden mag overschrijden en stelt de zaak vast op de eerst nuttige datum na het verstrijken van deze termijn is.
Specifieke opdracht voor de gerechtelijke actoren
De traditionele rol van de actoren van justitie wordt in die zin bijgestuurd om de partijen te herinneren aan het bestaan van alternatieve wijzen voor de oplossing van geschillen. De advocaat kan bijvoorbeeld een belangrijke schakel vormen in de kanalisatie van conflicten naar alternatieve oplossingstrajecten door een goede informatieverstrekking, vóór het proces en in elke stand van het proces. Daarbuiten kan de advocaat bijvoorbeeld ook een belangrijke rol spelen in partijen terug met elkaar te laten praten, te bewegen naar een akkoord en erover te waken dat evenwichtige akkoorden worden afgesloten. De essentie is dat het oplossingstraject op maat van het geschil wordt bepaald en minnelijke oplossingstrajecten zo vroeg mogelijk worden aangereikt.

De rechter streeft in elke stand van het geding de minnelijke oplossing van geschillen na. Behoudens in kort geding, krijgt hij de mogelijkheid om partijen te bevragen over de pogingen die zij vóór het geding ondernomen hebben om het geschil minnelijk op te lossen. Hij kan om die reden de persoonlijke verschijning eisen van partijen en kan hen zelfs ambtshalve ruimte geven om kennis te nemen van deze alternatieve trajecten.

In familiezaken moet de familierechtbank de partijen tijdens de inleidende zitting inlichten over de mogelijkheid hun geschil te beslechten via verzoening, bemiddeling of elke andere vorm van minnelijke oplossing van conflicten.

De gerechtsdeurwaarders streven, in de mate van het mogelijke, de minnelijke oplossing van geschillen na onder meer door de rechtszoekende te wijzen op de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van geschillen.
Nieuwe samenstelling van de Federale Bemiddelingscommissie (FBC)
De Commissie bestaat uit een algemene vergadering en uit volgende organen: een bureau, een vaste commissie voor de erkenning van bemiddelaars, een vaste commissie voor de erkenning van vormingen en de handhaving van de permanente vorming, een commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling en bijzondere commissies.

De vierentwintig leden (en plaatsvervangers) worden benoemd voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan slechts eenmaal worden verlengd. De nadere regels voor de bekendmaking van de vacatures, voor de indiening van de kandidaturen en voor de voordracht van de leden worden bepaald door de Koning.

De vaste en plaatsvervangende leden worden door de minister van Justitie aangewezen, op met redenen omklede voordracht:
  • van twee leden, door de Orde van Vlaamse balies voor de advocaten die tot die Orde behoren;
  • van twee leden, door de Ordre des barreaux francophones et germanophone voor de advocaten die tot die Orde behoren;
  • van vier leden, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat voor de notarissen;
  • van vier leden, door de representatieve instanties voor de bemiddelaars die noch het beroep van advocaat noch dat van notaris uitoefenen;
  • van twee leden die magistraat, emeritus- magistraat of eremagistraat zijn, door de Hoge Raad voor de Justitie;
  • van twee leden door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders voor de gerechtsdeurwaarders.
Afschaffing” van de “specialisaties
De driedeling in Familiale bemiddeling, bemiddeling in Burgerlijke en Handelszaken, en de bemiddeling in sociale zaken wordt afgeschaft. Niettemin blijft het voornaamste vereiste om erkend bemiddelaar te worden, het gevolgd hebben van een theoretische opleiding, met inzonderheid een juridische component, en praktische vorming in bemiddelingsvaardigheid en het bemiddelingsproces, waarbij de focus ligt op de algemene en specifieke kennis en competenties eigen aan een bijzonder domein van de bemiddelingspraktijk. Voor het bepalen van de inhoud van de vorming, wordt zoals voorheen de bevoegdheid daartoe bij de FBC gelegd.
Nieuwe opdrachten voor de FBC
De FBC wordt expliciet belast met de promotie van de bemiddeling bij het groot publiek en de verspreiding van de lijst van erkende bemiddelaars bij de gerechtelijke en andere overheden.

De FBC zal de klachten behandelen tegen bemiddelaars of tegen de instellingen die de opleidingen verschaffen; advies verlenen in geval van betwisting van het honorarium van bemiddelaars en sancties opleggen jegens bemiddelaars die niet meer zouden voldoen aan de wettelijke voorwaarden bepaald of aan de bepalingen van de deontologische code opgesteld door de FBC.

Een belangrijke nieuwigheid is de invoering van een uitgewerkt sanctiemechanisme in de wet. De commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling kan de volgende sancties opleggen ten aanzien van een erkend bemiddelaar:
  • de verwittiging;
  • de berisping;
  • de verplichting om een stage te voldoen gedurende de periode en volgens de modaliteiten bepaald door de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling;
  • de verplichting om het beroep uitsluitend in cobemiddeling uit te oefenen voor de duur en volgens de modaliteiten bepaald door de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling;
  • de schorsing voor een periode die niet meer dan één jaar mag bedragen;
  • de intrekking van de erkenning.
Een bemiddelaar wiens erkenning werd ingetrokken, mag, onder voorbehoud van een rehabilitatie door de commissie voor de tuchtregeling en klachtenbehandeling, pas een nieuwe erkenningsaanvraag indienen na een periode van tien jaar vanaf de betekening van de intrekkingsbeslissing.
Overgangsregime
De bemiddelaars die erkend zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet volgens de nadere regels bepaald door de wet van 21 februari 2005 zijn erkend als zodanig in de zin van deze wet.

De dossiers die op de datum van inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de bemiddeling aanhangig zijn voor de federale bemiddelingscommissie worden behandeld door de organen van de federale commissie, zulks op grond van hun respectieve bevoegdheid.

De erkende vormingsinstanties zullen tot 1 september 2019 hun huidige erkende vormingen mogen verstrekken. Personen die deze opleidingen gevolgd hebben en met succes geslaagd zijn, zullen de erkenning kunnen bekomen tot 1 september 2020 onder de huidige vereisten en voorwaarden voorzien in de (oude) artikelen 1726 en 1727 van het Gerechtelijk Wetboek. M.a.w. wie vóór 1.9.2019 een opleiding volgt bestaande uit 60 u gemeenschappelijke vorming en 30 u in één van de drie huidige specialisaties, zal nog een erkenning kunnen bekomen onder de huidige vereisten en voorwaarden, mits tijdige aanvraag.
Collaboratieve onderhandeling
Naast de bemiddeling en andere technieken tot verzoening van partijen in geschil, voert het wetsontwerp ook een nieuwe vorm in van alternatieve geschillenbeslechting onder de vorm van collaboratieve onderhandeling. Dit vrijwillige en vertrouwelijke proces van conflictenbeslechting door beredeneerde onderhandeling is in de jaren ‘90 door advocaten in de Verenigde Staten uitgedacht en door advocaten ingevoerd. Het wetsontwerp beoogt die praktijk meer zichtbaarheid te geven en te omkaderen teneinde het beroep op de buitengerechtelijke vormen van geschillenbeslechting aan te moedigen.

Het beoogt tegelijk ook de rol van de advocaten te moderniseren als professionele onderhandelaars die buiten de tussenkomst van de rechtbank komen tot een bevredigend, evenwichtige en duurzame overeenkomst tussen de partijen en de belangen in het geschil.

Enkel “collaboratieve advocaten” mogen collaboratieve onderhandelingen voeren. De collaboratieve advocaat is een advocaat die staat ingeschreven op de lijst van collaboratieve advocaten opgesteld door de Orde van Vlaamse balies of van de Ordre des barreaux francophones et germanophone.

Alleen advocaten die een bijzondere opleiding hebben genoten, de vereiste erkenning van collaboratieve advocaat hebben toegekend gekregen en het reglement voor collaboratieve advocaten hebben onderschreven, kunnen opgenomen worden in deze lijst.

De uitwerking van deze werkwijze vertoont vele gelijkenissen met de bemiddeling, doch verschilt er tegelijk grondig van.

Plaats reactie