Wijziging van het huwelijksvermogensrecht - deel 1: gemeenschapsstelsels

Alle artikels over huwelijk, samenwonen en scheiden die niet onder een specifieke groep vallen
Plaats reactie
verasteyvers
Berichten: 10
Lid geworden op: 24 nov 2017 16:11
Contacteer:

Wijziging van het huwelijksvermogensrecht - deel 1: gemeenschapsstelsels

Bericht door verasteyvers » 16 mei 2018 14:41

De inwerkingtreding van de wet is in principe voorzien op 1 september 2018, en zou moeten samenvallen met de inwerkingtreding van wet met betrekking tot de wijziging van het erfrecht. Niet meer heel erg veraf dus, en dus toch belangrijk om alvast even stil te staan bij de grote lijnen van de nieuwe wet.

Er zijn bemiddelaars die hierover van mening verschillen met mij, maar ik vind het belangrijk dat een scheidingsbemiddelaar op de hoogte is over de geldende regels. Omdat mensen in een scheidingsprocedure grondig geïnformeerd moeten zijn. Dat wil niet zeggen dat zij ten aanzien van elkaar al hun rechten persé moeten afdwingen en hard maken, maar geeft hen wel de mogelijkheid om goed geïnformeerd en met kennis van zaken in gesprek te gaan daarover. Zo vormt zich een 'stevig' akkoord over de scheiding en de verdeling, waar men zich in kan vinden en in kan berusten. Het voorkomt dat partijen een hele tijd later plots het gevoel krijgen van "als ik dat geweten had!".

De wijzigingen die het wetsvoorstel voorziet, zijn talrijk, en ik beperk me hier daarom tot de wijzigingen die specifiek met betrekking tot de gemeenschapsstelsels (dat wil zeggen: voor alle echtgenoten die zonder contract zijn gehuwd en zij die bij huwelijkscontract een conventioneel gemeenschapsstelsle hebben voorzien). De wijzigingen voor stelsels van scheiding van goederen en de meer algemene wijzigingen, zullen voorwerp zijn van volgende bijdragen.

Gemeenschapsstelsels

De nieuwe wet behoudt de huidige opdeling tussen enerzijds gemeenschapsstelsels en anderzijds het stelsel van scheiding van goederen.

Alle echtgenoten die zonder contract huwen, vallen onder toepassing van het wettelijk stelsel. Dit wettelijke stelsel betreft een stelsel van gemeenschap. In een gemeenschapsstelsel zijn er 3 vermogens: elk van de echtgenoten heeft een "eigen vermogen" en samen delen zij in het "gemeenschappelijk vermogen".

Kort gezegd: wat men voor het huwelijk reeds bezat, blijft eigen ook na het huwelijk. Wat men via schenking of erfenis tijdens het huwelijk verkrijgt blijft eigen. Alle beroepsinkomsten verworven tijdens het huwelijk, vallen in de gemeenschap. Door middel van een huwelijkscontract kan men conventioneel gaan sleutelen aan zo'n gemeenschapsstelsel, mét behoud evenwel van de basisprincipes van dit systeem. Het voornaamste principe dat het gemeenschapsstelsel kenmerkt is het gemeenschappelijke karakter van de beroepsinkomsten.

Het wetsvoorstel voorziet een aantal wijzigingen aan het gemeenschapsstelsel. Ik overloop de voornaamste graag even.

Verfijning van de regels voor het wettelijk stelsel

De nieuwe wet zal een aantal regels verfijnen en op punt stellen. Er wordt bijvoorbeeld duidelijkheid geschept over het vermogensrechtelijk statuut van individuele levensverzekeringen, maar ook van schade- en arbeidsongevallen vergoedingen. Hierover was in het verleden heel wat te doen, voornamelijk dan in de rechtspraak. Tot het zelfs zo ver ging dat het toenmalige Arbitragehof, thans het Grondwettelijk Hof, oordeelde dat de geldende wetgeving (waarin onder meer werd gesteld dat kapitaaluitkeringen uit levensverzekeringen in principe buiten de gemeenschap blijven) ongrondwettelijk was. Het is een goede zaak dat hier nu meer duidelijkheid wordt geboden. Voor de details van de regeling verwijs ik graag naar een van mijn volgende bijdragen.

Bevestiging van de huwelijksvermogensrechtelijke neutraliteit van de beroepsuitoefening binnen een vennootschap

Zoals gezegd vallen beroepsinkomsten in een gemeenschapsstelsel noodzakelijk in het gemeenschappelijk vermogen. Dit is een van de grondbeginselen van het gemeenschappelijk huwelijksvermogensstelsel.

Andere zaken kunnen in een stelsel van gemeenschap wel eigen zijn, zoals bijvoorbeeld aandelen in een vennootschap. Hoe gaat dat dan wanneer een echtgenoot zijn beroepsactiviteiten uitoefent binnen een vennootschap die door hem werd opgericht en waarvan de aandelen hem eigen zijn? Men kan zich dan bijvoorbeeld een klein loon doen uitbetalen en de overige activa oppotten als winst binnen de vennootschap. Er ontstonden de nodige discussies uiteraard over het al dan niet gemeenschappelijk karakter van de winsten die tijdens het huwelijk binnen de vennootschap werden opgebouwd. De nieuwe wet zou hiermee komaf maken. De vennootschap kan niet langer een middel zijn om beroepsinkomsten aan de gemeenschap (en dus aan de andere echtgenoot) te onttrekken.

De nieuwe wet wil het verschil wegwerken tussen het eigen of gemeenschappelijk karakter dat de beroepsinkomsten krijgen al naargelang de echtgenoot al dan niet zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap. Er wordt een nieuwe grond tot vergoeding ingeschreven in de het Burgerlijk Wetboek: een vergoeding vanuit het eigen vermogen ten aanzien van het gemeenschappelijk vermogen voor de beroepsinkomsten die de gemeenschap niet heeft ontvangen, maar die het wel had kunnen ontvangen als de echtgenoot zijn beroep niet binnen een vennootschap had uitgeoefend.

Anticipatieve inbreng

Goederen verworven door de echtgenoten vòòr het huwelijk, blijven hen eigen. Deze goederen vallen dus niet in het gemeenschappelijk vermogen maar in het eigen vermogen van die echtgenoot. Dit heeft gevolgen uiteraard, onder meer naar erfrecht toe en verhaalsrechten van schuldeisers.

De wet voorziet nu ook reeds in de mogelijkheid voor echtgenoten om bij huwelijkscontract "inbreng" te doen van deze eigen goederen. Door die inbreng wordt het ingebrachte goed gemeenschappelijk, en kan tussen echtgenoten een ruimere bescherming worden voorzien voor het geval een van de echtgenoten komt te overlijden.

Het wetsvoorstel voorziet nu ook de zogenaamde "anticipatieve inbreng". Hierdoor wordt het mogelijk voor ongehuwde partners om in de akte waarbij zij een onroerend goed aankopen ( in volle eigendom en elk voor de helft) al te voorzien dat zij dit onroerend goed zullen inbrengen in de gemeenschap voor het geval zij in de toekomst ooit met elkaar zouden trouwen. Door het enkele feit van de huwelijkssluiting, vindt dan de inbreng ook effectief plaats zonder dat dit nog in een huwelijkscontract moet worden bevestigd. De schulden verbonden aan dat onroerend goed ( dan denk ik vooral aan de hypothecaire lening) worden ook automatisch mee gemeenschappelijk op dat moment.

Belangrijk dus voor al wie bezig is met echtscheidingen en de afwikkeling ervan: het zal voortaan niet meer volstaan om het huwelijkscontract te bekijken (of vast te stellen dat geen huwelijkscontract werd opgemaakt) om te weten welke activa en passiva in de gemeenschap dan wel in de eigen vermogens vallen. Ook de aankoopakten zullen er op nageslagen moeten worden.

Recht van terugname

De echtgenoot die een bestanddeel van zijn eigen vermogen inbrengt in het gemeenschappelijk vermogen, heeft volgens de huidige wet ook recht om dit bestanddeel terug te nemen bij ontbinding van dit stelsel. De uitwerking van deze regel kan uitdrukkelijk worden uitgesloten bij huwelijkscontract, en dat gebeurt in de praktijk ook erg vaak. De nieuwe wet zou nu dit automatisch recht van terugname uitsluiten in twee gevallen:

Ten eerste bij de zogenaamde anticipatieve inbreng, en ten tweede ook voor andere inbrengen gedaan door de beide echtgenoten samen (bijvoorbeeld: Een ongehuwd koppel koopt samen een woning aan. Na enkele jaren beslissen ze om te trouwen en ze brengen elk hun helft van de woning in in de huwelijksgemeenschap.)

Voor deze gevallen van inbreng moet de toepassing van het recht van terugname dus niet meer worden uitgesloten bij huwelijkscontract: de wet zal dit voorzien.

Voor de bemiddelaar

Zoals je ziet: heel wat wijzigingen, en hopelijk ook meer duidelijkheid over bepaalde punten die in het verleden wel eens aanleiding gaven tot discussie.

Voor al wie bemiddelt in het kader van echtscheidingen, is het zeker nuttig om deze grote lijnen mee te hebben, vandaar deze poging tot beknopt overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Voornamelijk bijvoorbeeld de vermogensrechtelijke neutraliteit van beroepsuitoefening binnen vennootschap en het statuut van uitkeringen uit levensverzekering, zijn toch zaken die een scheidingsbemiddelaar in de praktijk geregeld tegen komt.

Wordt vervolgd!
Vera Steyvers - familiale bemiddeling & echtscheidingsbegeleiding
info@verasteyvers.be - www.verasteyvers.be
Tel. 0470 335 065
Sint-Hubertusstraat 57 - 2600 Berchem

verasteyvers
Berichten: 10
Lid geworden op: 24 nov 2017 16:11
Contacteer:

Wijziging van het huwelijksvermogensrecht - deel 2: scheiding van goederen

Bericht door verasteyvers » 05 jun 2018 21:30

Scheiding van goederen versus gemeenschapsstelsel

Ook in het stelsel van goederen staan er heel wat wijzigingen te gebeuren. Het stelsel van scheiding van goederen, zoals het er vandaag uitziet, schept weinig vermogensrechtelijke verhoudingen tussen de echtgenoten. Er is geen sprake van een gemeenschap, hoogstens van onverdeeldheden tussen de echtgenoten (wanneer ze samen iets verwerven of geen van beiden het exclusieve eigendomsrecht kan bewijzen). Daarnaast heeft elke echtgenoot een eigen vermogen. Beroepsinkomsten vallen principieel in het eigen vermogen, en de andere echtgenoot kan er dus (behoudens wat betreft de verplichte bijdrage in de lasten van het huwelijk en gezin) geen aanspraak op maken.

In een gemeenschapsstelsel heeft elke echtgenoot ook een eigen vermogen, maar dit zal veel minder om het lijf hebben. Hetgeen men erft of geschonken krijgt tijdens het huwelijk, alsook alles wat men had van voor het huwelijk, zit in het eigen vermogen. Al het overige belandt in de gemeenschap: alle beroepsinkomsten en al wat men tijdens het huwelijk verwerft, alsook alles waarvan een echtgenoot niet kan bewijzen dat het eigen zou zijn. In een gemeenschapsstelsel geldt immers een "vermoeden van gemeenschap".

De principes van een scheiding van goederen geven een echtgenoot de mogelijkheid om grote bestanddelen van zijn vermogen in het eigen vermogen op te potten, waardoor de andere echtgenoot daar geen (bij echtscheiding) of weinig (bij overlijden) aanspraak op kan maken.

Verzachting van de uitsluiting

Echtgenoten die kiezen voor een systeem van scheiding van goederen, moeten daarvoor sowieso een huwelijkscontract laten opstellen bij de notaris. Daar kan men dan opteren voor een stelsel van zuivere scheiding van goederen, of men kan conventioneel bepaalde minderingen inschrijven in het huwelijkscontract. Zo kunnen echtgenoten in een scheiding van goederen bijvoorbeeld een "toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen" (TIGV) creëren. In zo'n TIGV brengen de echtgenoten, of een van hen, dan bijvoorbeeld de gezinswoning en een aantal spaarrekeningen in. Met betrekking tot dit TIGV kunnen dan bepaalde regels van ongelijke verdeling worden vastgelegd, waardoor de langstlevende van de echtgenoten bijvoorbeeld aanspraak kan maken op het geheel van al wat zich in dat TIGV bevindt. Dit naar voorbeeld van de theorie van de huwelijksvoordelen in een gemeenschapsstelsel. Echtgenoten kunnen ook kiezen voor de toevoeging van een verrekeningsbeding, waardoor een bepaalde correctie wordt toegepast tussen de vermogens van beide echtgenoten, ofwel periodiek, ofwel bij ontbinding van het huwelijk door overlijden dan wel echtscheiding.

Op die manier proberen echtgenoten via de bepalingen van hun huwelijkscontract mekaar beter te beschermen in geval van beëindiging van het huwelijk. Conventioneel kan men de vermogensrechtelijke verhoudingen dus uitbreiden en een grotere solidariteit inbouwen.

Uitbreiding van de wettelijke omkadering

Op dit moment wordt het stelsel van scheiding van goederen slechts heel beknopt beschreven in ons Burgerlijk Wetboek. De nieuwe wet voorziet in een ruimere omkadering. Zoals gezegd wordt in het huwelijkscontact vaak een verzachting van het systeem voorzien, maar er zit weinig regelmaat in. Er circuleren verschillende soorten van contractuele modellen, misschien niet altijd even consequent of correct omschreven. De nieuwe wet zou daaraan tegemoetkomen en de mogelijkheid van meer eenheid en duidelijkheid (rechtszekerheid) bieden.

duidelijkheid over TIGV en huwelijksvoordelen

De voorbije jaren bestond er wel wat discussie over de vraag of al die conventionele toevoegingen aan een stelsel van goederen juridisch wel steek hielden. Onder meer voor de creatie van een TIGV en de toepassing van bedingen van ongelijke verdeling daarop, rees deze vraag en werd er vaak vurig over gediscussieerd. Elke twijfel zou door de wijzigende wet worden weggenomen: er zal duidelijk worden gesteld dat deze toepassingen hun plaats hebben binnen een systeem van scheiding van goederen.

wettelijk verrekeningsbeding

Daarnaast zal er ook een wettelijke omkadering worden voorzien voor het zogenaamde verrekeningsbeding. Echtgenoten zullen kunnen volstaan met de loutere vermelding in hun huwelijkscontract dat ze toepassing maken van het verrekeningssysteem zoals het door de wet wordt voorzien. Het wordt dus overbodig om zelf allerlei ingewikkelde systemen uit te werken, men kan terugplooien op de verrekening die de nieuwe wet omschrijft.

Het toekomstige wettelijke verrekeningsbeding zou een finale verrekening betreffen over de aanwinsten. Dat wil zeggen: bij ontbinding van het huwelijk wordt er verrekening gedaan door het 'aanvangsvermogen' en het 'eindvermogen' te vergelijken met elkaar, en de andere echtgenoot in dat verschil te laten delen.

Het zou me te ver brengen om het verrekeningsbeding hier helemaal uit te leggen. Belangrijk om weten is dat het verrekeningsbeding tot gevolg heeft dat er toch een bepaalde deelname in de aanwinsten van de andere echtgenoot ontstaat.

Invoering van een rechtelijke bilijkheidscorrectie

De nieuwe wet zou de mogelijkheid invoeren voor de rechter, om op vraag van de echtgenoten en bij ontbinding van het huwelijk, de gevolgen van de zuivere scheiding van goederen te verzachten. De rechter zou een vergoeding kunnen toekennen aan de echtgenoot die met lege handen achterblijft doordat er geen enkele deelname is in de aanwinsten van de andere echtgenoot. Het gaat om een facultatieve correctiemogelijkheid, d.w.z. echtgenoten kunnen in hun huwelijkscontract de toepassing ervan al bij voorbaat uitsluiten.

overige wijzigingen

Daarnaast worden nog een aantal andere wijzigingen voorzien, die minder relevant zijn voor de bemiddelaar omdat ze zich situeren in het kader van gerechtelijke vereffening en verdeling na procedure van EOO (echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting) of op vlak van de sluiting van het huwelijkscontract. Ik haal ze graag even kort aan, maar ga er verder niet op in:

Er worden een aantal principes uit het gemeenschapsstelsel van toepassing verklaard op de scheiding van goederen: de regels over heling en de sancties daarop, en de preferentiële toewijzing van de gezinswoning in het kader van een EOO (die bovendien ook zal worden uitgebreid naar huisraad en beroepsgoederen).

De notaris krijgt een versterkte informatieplicht naar echtgenoten toe als zij opteren voor een systeem van zuivere scheiding van goederen. Het kan nog, maar de partijen zullen heel uitdrukkelijk worden geïnformeerd over de gevolgen die zo'n stelsel heeft onder meer op vlak van (gebrek aan) bescherming naar elkaar toe.
Vera Steyvers - familiale bemiddeling & echtscheidingsbegeleiding
info@verasteyvers.be - www.verasteyvers.be
Tel. 0470 335 065
Sint-Hubertusstraat 57 - 2600 Berchem

Plaats reactie