Het berekenen van kindkossten

Alles over fiscaal voordeel, fiscale regelingen, alimentatie
Gebruikersavatar
wilfried
Site Admin
Berichten: 81
Lid geworden op: 24 nov 2017 14:49
Locatie: Schoten
Contacteer:

Het berekenen van kindkossten

Bericht door wilfried » 11 mei 2019 11:19

Om onderhoudsgeld te berekenen moet je eerst weten wat de kinderen kosten. Om te beginnen zijn er drie soorten van kosten. Allererst de verblijfsgebonden kosten, vervolgens de verblijfsoverstijgende kosten, en tenslotte de bijzondere kosten.

Waarom is het belangrijk een onderscheid te maken tussen verblijfsgebonden en verblijfsoverstijgende kosten? Omdat de verblijfsgebonden kosten reeds door beide ouders in natura gedragen worden, en wel in verhouding van het verblijf van de kinderen. Opgelet: dit wil niet zeggen dat bij een gelijkmatig verdeeld verblijf geen alimentatie moet betaald worden. Immers ouders moeten instaan voor alle kosten van hun gemeenschappelijke kinderen in verhouding van hun inkomen.

Waarom de bijzondere kosten apart? Omdat die niet geraamd kunnen worden. Bijzondere kosten zijn kosten die onvoorzien zijn, die dus niet op voorhand kunnen bepaald worden. Ze hebben dus een onvoorspelbaar karakter. De andere kosten hebben daarentegen een regelmatig karakter.
Verblijfsgebonden kindkosten
De verblijfsgebonden kosten zijn alle kosten die iedere ouder heeft indien de kinderen bij die ouder verblijven. Het zijn onder andere:
  • woonkosten:
  • energie en nutsvoorzieningen;
  • voeding en drank;
  • lichaamsverzorging;
  • apothekerskastje;
  • was en strijk;
  • ondergoed, kousen, pyjama;
  • ontspanningskledij;
  • vervoer;
  • cultuur en ontspanning niet in clubverband, uitgaan;
  • zakgeld (plan maken leeftijdsgebonden);
  • verjaardagsfeestjes en bijbehorende cadeau voor derden;
  • communicatie.
Wat zijn woonkosten
Woonkosten zijn niet de kosten van een hypothecaire lening of de huurkosten van een woning doch:
  • meubels, bureau, bed (afschrijving),
  • beddengoed,
  • poetsmiddelen, keukenmateriaal,
  • onderhoud slaapkamer en gemeenschappelijke plaatsen,
  • telefoon, internet, televisie;
Opvangkosten
Opvangkosten zijn kindkosten die tot 12 jaar in aanmerking voor een fiscaal voordeel. En tot 18 jaar bij een gehandicapt kind. Dus als je de opvangkosten in rekening brengt moet je ook het fiscaal voordeel in rekening brengen. Dat kan uw bemiddelaar voor jou uitrekenen. De opvangkosten zijn onder andere:
  • onthaalmoeder;
  • kinderdagverblijf;
  • voor- of naschoolse opvang;
  • vakantiekampen en stages zoals sport, wetenschap, taal, cultuur;
  • speelpleinen tijdens vakanties;
  • kosten voor leerplichtig ziek kind;
  • opvangkosten of kosten van een instelling voor een gehandicapt kind;
  • kosten voor niet verplicht onderwijs op andere uren dan normale lesuren.
Zijn opvangkosten verblijfsgebonden of niet? Beide is mogelijk. Dat beslis je zelf. Veelal wordt er overeengekomen dat het verblijfsgebonden is, behalve gemeenschappelijk overeengekomen opvan tijdens de vakanties, zoals een sportkamp of speelpleinen.

Opvangkosten kunnen zowel bij de VGK als bij de NVGK. Ze kunnen ook bij de bijzondere kosten.
Niet verblijfsgebonden kindkosten
Als je met een kindrekening werkt hoeven de verblijfsoverstijgende kosten niet geraamd worden. Immers beide ouders storten voldoende provisie op die rekening. Deze kosten omvatten:
  • kleding en schoenen (uitgezonderd kousen, ondergoed, pyjama);
  • remgeld huisarts, tandarts (geen specialisten);
  • bus- en treinabonnement;
  • spaargeld en spaarplan (eventueel leeftijdsgebonden plan);
  • aankoop, onderhoud, herstelling fiets;
  • schoolkosten lager onderwijs en gewoon middelbaar onderwijs;
  • schoolmaaltijden en schooldrankjes;
  • schooluitstappen zonder overnachting;
  • gsm abonnement;
  • internaat, kot.
Uiteraard worden alle sociale premies voor de kinderen, zoals schoolpremies, studiebeurzen en studietoelagen afgetrokken worden van de schoolkosten.
Bijzondere kosten
De bijzondere kosten zijn kindkosten waar je op voorhand geen raming van kunt maken. Ze kunnen zich voordoen of niet voordoen. Het omvat het volgende:

Medische en paramedische kosten, zoals:
  • alle hospitalisatiekosten, alle consultaties van specialisten en alle door hen voorgeschreven gespecialiseerde onderzoeken, medicaties en gespecialiseerde verzorging;
  • de kosten voor aanschaf van brillen en contactlenzen, kinesitherapie, steunzolen, revalidatie, logopedie, orthodontie, therapie of begeleiding door een psycholoog of psychiater;
  • de premies voor de ziekteverzekering en hospitalisatieverzekering;
De kosten verbonden aan het gevolgde onderwijs, zoals:
  • school- en studiereizen van langer dan één dag, sneeuw- bos- en zeeklassen;
  • een personal computer met de voor de studie noodzakelijke software en periferie;
  • voor het TSO, BSO, KSO en hoger onderwijs de noodzakelijke (praktijk)materialen die vermeld staan op een door de onderwijsinstelling afgeleverde lijst;
  • de inschrijvingsgelden en cursussen van hogere studies en stages inherent aan het gevolgde onderwijs;
  • de kosten van het internaat en de huur van een studentenkamer behoudens indien deze niet noodzakelijk zouden zijn of een luxe uitgave zouden uitmaken;
De kosten verbonden aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid en de ontplooiing, zoals:
  • lidgeld en basisbenodigdheden voor een sportclub, jeugdvereniging, vakantiestages, muziekschool, dansschool, taal- en sportkampen;
  • gsm, computer en randapparatuur.
De kosten verbonden aan de zelfstandige mobiliteit, zoals:
  • de aankoop, onderhoud en verzekering van een fiets, brommer of auto;
  • het behalen van een rijbewijs waaronder de theoretische vorming (voor zover deze niet kosteloos langs school kan behaald worden) en de praktische vorming via een rijschool.
De kosten verbonden aan gemeenschappelijke georganiseerde feesten zoals:
  • een communiefeest;
  • verjaardagsfeest;
  • huwelijksfeest.
Nota bij de bijzondere kosten
Er kunnen steeds kosten zijn die niet in de lijst voorkomen. Die moeten uiteraard overlegd worden. Hetzelfde geldt voor de bijzondere kosten die geen dringend karakter hebben. Doe een overleg altijd per brief of email. Is er geen akkoord herhaal je de vraag per aangetekende brief, aangetekende email, of fax.

De andere ouder heeft 21 dagen tijd om te antwoorden. Dit wordt verlengt naar 30 dagen in verlofperioden van een week of meer. Als de andere ouder niet binnen de voorgeschreven tijd antwoord, wordt er verondersteld dat hij of zij akkoord is met de kosten. Is het antwoord negatief kan een rechter beslissen of deze kosten moeten gemaakt worden. Uiteraard is het steeds beter van een bemiddelaar te raadplegen.
Wilfried Mestdagh
Erkend familiaal bemiddelaar, psychologisch consulent

Churchilllaan 322, 2900 Schoten
http://familialebemiddeling.net

Plaats reactie