Verblijfsregeling jonge kinderen

Alles wat betreft kinderen en verblijfsregeling van de kinderen
Gebruikersavatar
wilfried
Site Admin
Berichten: 72
Lid geworden op: 24 nov 2017 14:49
Locatie: Schoten
Contacteer:

Verblijfsregeling jonge kinderen

Bericht door wilfried » 18 nov 2018 13:33

Reeds jarenlang doen wetenschappers empirisch onderzoek over verblijfsregelingen van scheidingskinderen. Er is telkens één punt waar men het steeds over eens is, dat is er kan slechts worden gekozen voor een voldoende lang verblijf bij één ouder als het kind voldoende zicht heeft in tijd en ruimte. Bovendien moet er voldoende hechting zijn aan beide ouders.

Zie ook hier voor verschillende praktische en uitgewerkte voorbeelden van verblijfsregelingen.
Het gedrag van het kind
Vooral bij jonge kinderen moet je letten of het kind zich wel kan aanpassen aan de (nieuwe) regeling. Verwittig ook andere opvoeders. Ik denk hier aan een onthaalmoeder, oma en opa, zorgleerkracht, de juf of titularis in de school.

Breng externe opvoeders op de hoogte van een aanpassing in het verblijf. Zij zullen je kunnen helpen als ze iets opmerking in de gedragingen van je kinderen.
Het inzicht in tijd en ruimte
Hoe jonger een kind, hoe trager zijn subjectieve tijdsbeleving. Je kan dit uitdrukken in een percentage van de leeftijd. Een dag voor een kind van één jaar zou volgens veel onderzoeken even lang duren als een maand voor een volwassene.

Stel dat je een week om week regeling wenst voor je kind van één jaar. Reken maar even uit: zou jij je kind 7 maanden willen, of kunnen missen?
Uiteraard zijn de onderzoekscijfers gemiddelden. Uiteraard weten we als wetenschapper, dat de metingen geen absolute wetenschap zijn. We weten dat de betrouwbaarheid en de validiteit van de metingen te wensen overlaten. Maar het is de enige wetenschap waar we ons op kunnen baseren. Doen we dat niet dan zijn we blindhypothesen aan 't maken die we moeilijk kunnen toetsen en waar zijn we dan mee bezig? Inderdaad we moeten werken met de handvatten die we hebben.
De hechting van een kind
Kinderen moeten zich, om zich te kunnen hechten, regelmatig contact hebben met de hechtingsfiguren. Normaal gezien zijn dat de beide ouders uiteraard. Het is vanaf ongeveer zes maanden dat het besef begint dat voorwerpen en personen die de kinderen niet meer zien, ook niet ophouden van bestaan. Ze beginnen dan te protesteren na een scheiding met één van de hechtingsfiguren.

Dit is meermaals bevestigd door dokter Lamb, de wereldspecialist als het gaat over hechting. De oudere theorieën, zoals die van Bowlby stelden dat kinderen eerst hechten aan hun moeder. Bowbly stelde dat vanaf zes maanden, de kinderen begonnen te hechten aan hun vader.

Wat steeds terugkomt in de verschillende theorieën is de leeftijd van ongeveer zes maanden. In de tijd van Bowlby waren er ook nog geen homoseksuelen of lesbiennes. Enfin, die waren er wel maar dat werd toen nog verborgen gehouden. Maar als we voortgaan op beide theorieën is het wel zeker dat de hechting begint met de ouder die in het begin, dus vanaf na de geboorte, dus op de zeer jonge leeftijd het meeste zorg besteed aan het kind.
Verschillende soorten zorgen
Ouders besteden uiteraard verschillende soorten zorgen aan hun kind. De ene ouder zal misschien eerder zorgen voor het eten, het slaapritueel, spelen, terwijl de ander ouder verantwoordelijkheden zal opnemen voor het huiswerk en lessen van het schoolgaand kind.

Beide ouders verschillen in de interacties. maar kinderen hebben beide, dikwijls complementaire manieren nodig. Ze moeten zich immer harmonisch kunnen ontwikkelen.
De scheidingsduur met hechtingsfiguren aanpassen
Zowel voor dokter Michael Lamb als professor Joan Kelly, allebei de specialisten als het gaat om empirisch onderzoek over hechting van jonge kinderen en van kinderen van gescheiden ouders, zijn het eens dat de duur van de scheiding met hechtingsfiguren aangepast moet zijn aan de leeftijd van het kind.

De behoefte van het kind om niet te lang gescheiden te zijn met hun hechtingsfiguren evolueer met hun leeftijd. Beide wetenschappers spreken over een maximum van 3 tot 4 dagen voor een kind van 3 tot 6 jaar, en over 5 tot 7 dagen voor oudere kinderen. De Franse psychoanaliticus dokter Maurice Berger heeft veel empirisch onderzoek gedaan bij baby's en peuters. Volgens zijn onderzoeken zouden kinderen jonger dan één jaar, iedere ouder op zijn minst 2 tot 3 keer per week moeten zien gedurende enkele uren. Vanaf één jaar zou er minimaal een nacht aan toegevoegd moeten worden. Vanaf drie jaar zeker een volledig weekeinde met twee nachten. De onderzoeken van dokter Maurice Berger zijn echter gebaseerd op kleinere, en dus minder representatieve steekproeven. Dit in tegenstelling tot de onderzoeken van professor Joan Kelly.
Een progressieve kalender
Het is dus duidelijk dat de kalender, als het gaat over de verblijfsregeling. aangepast moet zijn aan de evolutie van de vaardigheden van een kind. We kunnen dus een progressieve kalender maken aangepast aan de leeftijd. Aangepast aan de cognitieve evolutie van een kind.

De regel is dat een kind niet meer dagen gescheiden mag zijn van één van zijn ouders dan het jaren oud is. Bij een gezin met meerdere kinderen kan men zich dus richten op de leeftijd van het jongste kind.
Bemiddeling
Waar kan een bemiddelaar helpen? Uiteraard spreekt de bemiddelaar met jullie, je eigen bekommernissen, en die van de kinderen. Als het nodig is voert hij gesprekken met de kinderen apart.

Bij vragen of twijfels kan je altijd even vrijblijvend contact opnemen met een bemiddelaar.
Wilfried Mestdagh
Erkend familiaal bemiddelaar, psychologisch consulent

Churchilllaan 322, 2900 Schoten
http://familialebemiddeling.net

Plaats reactie